De rechten van meisjes wereldwijd blijven wereldwijd onderbelicht. Dat concludeert de hulporganisatie Plan International op basis van eigen onderzoek. Vaag taalgebruik in het internationale recht en voorbehouden van individuele landen leiden tot een stelselmatig gebrek aan aandacht, vindt de organisatie.

Voor het onderzoeksrapport Girls' Rights are Human Rights, dat deze week is verschenen, bekeek Plan International dertienhonderd internationale juridische documenten uit de periode 1930-2017.

In bijna geen van die verdragen, zoals het VN-Vrouwenrechtenverdrag en -Kinderrechtenverdrag, worden meisjesrechten expliciet genoemd.

"Jongens en vrouwen worden wel vaak genoemd, maar meisjes als groep niet", zegt Plan International-woordvoerder Sanne van de Graaf tegen NU.nl. "Dat terwijl er wel specifieke problemen zijn waar juist zij mee te maken hebben, zoals kindhuwelijken, besnijdingen en tienerzwangerschappen."

Voorbehouden 

Plan International verwijst daarnaast naar de mogelijkheid die landen hebben om voorbehouden te maken op de verdragen. Dat betekent dat ze het verdrag wel ondertekenen, maar verklaren dat een deel ervan niet op hen van toepassing is.

Een voorbeeld daarvan is het VN-Vrouwenrechtenverdrag. Dat verplicht lidstaten discriminatie van vrouwen binnen het gezin te bestrijden en een verbod op kindhuwelijken in te voeren. 48 landen, voornamelijk uit Afrika en het Midden-Oosten, registreerden voorbehouden op die bepalingen.

Volgens de hulporganisatie moeten meisjesrechten op de agenda worden gezet in de Algemene Vergadering van de VN.