Tijdens een kort geding dat woensdag diende in Amsterdam, heeft een Nederlandse rechter het Europees Hof gevraagd een uitspraak te doen over de gevolgen van de Brexit voor burgers. Een groep Britten die in Nederland woont, had hierover een zaak aangespannen tegen de Staat en de gemeente Amsterdam. 

De Britten willen weten waar ze aanspraak op kunnen maken als hun moederland straks geen onderdeel meer uitmaakt van de EU, terwijl zij hier dan nog wel wonen en werken. 

De Nederlandse Staat en de gemeente Amsterdam stelden dat de rechter zich hier niet over uit zou moeten spreken, omdat de onderhandelingen over tussen de EU en de Britten over EU-uittreding nog gaande zijn.

Maar volgens de rechter moet er inderdaad nu al meer duidelijkheid komen voor burgers als het gaat om de Brexit en het EU-burgerschap.

De rechter in Amsterdam ziet namelijk dat de Britten die in Nederland wonen, nu al problemen ondervinden als gevolg van de Brexit. Dit kan bovendien verergeren op het moment dat de Britten de EU inderdaad verlaten hebben. 

Omdat voor een uitspraak gekeken moet worden naar het EU-verdrag, verwees de rechter de Britten echter door naar het Europees Hof voor een oordeel.