De Turkse president Erdogan wil zijn militaire operatie langs de Turks-Syrische grens als het moet naar het oosten uitbreiden, helemaal tot aan de grens met Irak. 

Hij heeft vrijdag gezegd dat hij de hele grens wil vrijmaken van opstandelingen.

Turkije begon zaterdag in de Syrische regio Afrin (in het noordwesten) met een aanval, gericht tegen de Koerdische YPG-militie, die door de Verenigde Staten wordt gesteund. Ankara ziet die als verlengstuk van de verboden PKK.

Ongeveer 25.000 strijders van het Vrije Syrische Leger ondersteunen het Turkse offensief.

Verenigde Staten

Op een bijeenkomst met regionale leiders van zijn AK-partij zei Erdogan dat Turkije verder zal oprukken naar het oosten, en dus ook naar de stad Manbij. Daar zitten momenteel Amerikaanse soldaten, die de Koerden helpen in hun strijd tegen Islamitische Staat.

Dat betekent dat Turkse troepen terecht kunnen komen in een confrontatie met NAVO-bondgenoot de Verenigde Staten. Erdogan eiste woensdag nog in een telefoongesprek met zijn Amerikaanse collega Trump dat die de Amerikanen terugtrekt uit Manbij.

Overigens heeft Erdogan op dezelfde bijeenkomst ook gezegd dat er bij de aanval nog geen onschuldig bloed heeft gevloeid, en dat dat ook nooit zal gebeuren. De Verenigde Staten hadden daarover wel hun zorgen geuit.