De Amerikaanse overheid zit sinds zaterdagochtend op slot, doordat de Republikeinen en Democraten geen akkoord over het budget hebben weten te bereiken. Hoe lang kan dit duren? En hoe is de impasse te doorbreken?

Bij een 'shutdown' moeten delen van de Amerikaanse overheid op slot.

Als het Congres niet instemt met de begroting die het Witte Huis heeft opgesteld, moet de federale overheid tijdelijk 'dicht'. Ambtenaren kunnen dan officieel niet meer betaald worden, omdat de overheid geen geld mag uitgeven. Nationale parken en grote toeristische attracties sluiten dan bijvoorbeeld hun deuren. Naar schatting zitten zo’n kleine miljoen ambtenaren hierdoor thuis tijdens een 'shutdown’. De ambtenaren krijgen overigens alsnog hun loon als de overheid weer 'open’ gaat.

Diensten die cruciaal zijn om het openbare leven draaiende te houden, zoals militairen, gevangenisbewaarders, grensbewaking, postbezorgers of de luchtverkeersleiding (die ook onder de overheidsambtenaren valt), werken gewoon door.

Een federale 'shutdown' komt maar zelden voor.

De laatste keer dat het gebeurde was in september 2013, toen de Republikeinen niet wilden instemmen met de uitgaven voor Obamacare, het grote verzekeringsplan waarmee president Barack Obama ervoor zorgde dat zeker 20 miljoen onverzekerden voortaan wel verzekerd waren. Na twee weken van koehandel en een paar aanpassingen gingen de Republikeinen wel akkoord.

De laatste president voor Obama die op deze manier met het Congres botste was Bill Clinton. Deze worstelde in 1995 met het feit dat de Republikeinen in het Congres een meerderheid hadden, wat tot twee 'shutdowns' in twee maanden leidde.

Het is onduidelijk hoe lang een 'shutdown’ duurt.

Een 'shutdown' is tot nu toe negentien maal voorgekomen in de Amerikaanse geschiedenis. Er is geen vaste periode te noemen dat deze impasse voortduurt; soms diende zich na een paar weken een oplossing aan, soms pas na maanden.

Opvallend is dat dit maal een 'shutdown' plaatsvindt ondanks dat de Republikeinen van president Donald Trump een meerderheid in het Congres hebben.

Waar kunnen de Republikeinen en Democraten geen overeenstemming over bereiken?

De Democraten stemden tegen de begroting van het Witte Huis omdat de Republikeinen geen oplossing bieden voor de 700.000 zogeheten 'Dreamers', kinderen van illegalen die president Barack Obama een speciale status heeft gegeven. Trump heeft deze status in september opgeheven; onduidelijk is of deze groep nu het land uit moet.

Trump legde dit probleem neer bij het Congres en de Democraten dachten de 'Dreamers' te kunnen redden door een oplossing voor deze groep te koppelen aan de begroting. Er lagen twee compromissen op tafel die zowel door de Republikeinen als de Democraten werden gesteund, maar die door Trump zelf zijn getorpedeerd.

Trump lijkt deze draai gemaakt te hebben onder invloed van zijn rechtse adviseur Stephen Miller, de enige naaste medewerker van het eerste uur die nog in het Witte Huis zit. Opvallend is dat 87 procent van alle Amerikanen vindt dat de 'Dreamers' in het land mogen blijven.

De kemphanen moeten zelf een oplossing vinden voor de impasse.

De enige manier om een 'shutdown' te beëindigen is als er alsnog een budgetplan door het Congres komt. Hiervoor moeten Democraten, Republikeinen én het Witte Huis overeenstemming bereiken. Het is onduidelijk hoe lang het gaat duren voordat dit gebeurt.

Trump voerde de eerste dagen na de 'shutdown' de druk op de Republikeinen flink op. Hij verwijt Democraten met hun immigratiebeleid "verantwoordelijk te zijn voor elke moord die in de VS wordt gepleegd door illegalen" en suggereert zelfs een zogeheten 'nucleaire optie' te gebruiken om zijn begroting - zonder een oplossing voor de 'Dreamers' - er doorheen te drukken.

De Democraten vinden op hun beurt dat ze genoeg water bij de wijn hebben gedaan. Zo stelde de Democratische voorzitter in de senaat, Chuck Schumer, in ruil voor een regeling voor de 'Dreamers' zelfs te willen praten over het door links verachte plan van Trump om een muur tussen de VS en Mexico te bouwen.

Met de 'nucleaire optie’ kunnen de regels worden aangepast.

In principe zijn voor grote besluiten, zoals een begroting, 60 stemmen nodig in de Senaat. Door het te gebruiken van de 'nucleaire optie' kunnen de regels tijdelijk worden aangepast zodat er maar 51 stemmen nodig zijn om een plan erdoorheen te drukken. De Republikeinen deden dit eerder toen zij hun oerconservatieve kandidaat voor het Hooggerechtshof, Neil Gorsuch, aangesteld wilden krijgen.

Het is echter een achterdeurtje dat door de meeste politici wordt veracht omdat dit soort 'spelletjes' met de regels het vertrouwen in de politiek bij de bevolking flink aantast. Bovendien zal het uitspelen van deze kaart in dit belangrijke onderwerp de kloof tussen Democraten en Republikeinen én in de Amerikaanse samenleving nog verder verdiepen.