De verdachte van de aanslag op de spelersbus van Borussia Dortmund op 11 april vorig jaar heeft maandag bekend een explosief te hebben geplaatst langs de route die de bus reed. Hij ontkent dat hij de spelers wilde doden.

Sergey W. deed die bekentenis maandag tijdens een zitting voor de rechtbank, melden Duitse media. W. zegt dat hij niet de intentie had om mensen te doden met de aanslag. "Ik heb spijt van mijn daad", aldus de 28-jarige verdachte. 

Een week na de aanslag werd W. aangehouden door de politie. Hij zou hebben gegokt op een koersval van de aandelen van de Dortmund. Door zogenoemde opties te kopen, zou de man geld verdienen wanneer de aandelen van de voetbalclub minder waard werden.

De Duitse aanklager gaat ervan uit dat hij wel de intentie had om mogelijk veel mensen te doden. De verdachte werd in augustus aangeklaagd voor 28 pogingen tot moord, omdat er evenveel mensen in de bus zaten.

Aanslag

De aanslag vond ongeveer twee uur voor de thuiswedstrijd in de Champions League tegen AS Monaco plaats. De bom was langs de route van de bus naar het stadion geplaatst.

Dortmund-verdediger Marc Bartra raakte gewond bij de aanslag. Een politieagent die de bus op de motor begeleidde liep gehoorschade op. Terwijl veel supporters al in het stadion waren werd besloten de wedstrijd een dag uit te stellen.

Bij de plek van de aanslag werd een brief gevonden waarin IS verantwoordelijkheid claimde, maar die bleek al snel nep. Kort daarna werd op internet een anti-fascistische brief geplaatst waarin de verantwoordelijkheid werd opgeëist.