De Turkse regering zegt dat het 2.756 ambtenaren in het land heeft ontslagen, nadat uit onderzoek is gebleken dat deze personen "banden hebben met terrorisme". 

Naast personen die banden hebben met "terroristische organisaties" zijn ook mensen ontslagen die gelieerd zijn aan andere organisaties die "een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid van het land".

De ontslagen zijn gevallen in vele lagen van publieke organen in Turkije. Zowel onderwijzers als enkele hogere ambtenaren zijn de laan uitgestuurd. 

Het is niet de eerste keer dat Turkije tot massaontslagen overgaat in de publieke sector. Sinds de couppoging in juli van 2016 zijn al zeker 150.000 mensen ontslagen door de overheid. Onder deze personen bevinden zich veel rechters, journalisten, academici, soldaten en docenten.

De ontslagen vielen veelal omdat deze ambtenaren de beweging van de geestelijke Fethullah Gülen aan zouden hangen. De Turkse regering van president Erdogan ziet Gülen als het brein achter de couppoging.

Het is niet duidelijk of de zondag ontslagen ambtenaren ook verdacht worden van het hebben van banden met de Gülenbeweging. 

Kritiek

Verschillende landen hebben kritiek geuit op het beleid van president Erdogan om ambtenaren te ontslaan en te arresteren vanwege hun achtergrond. Er wordt gevreesd dat Erdogan zijn tegenstanders zo wil beperken.

Erdogan zegt op zijn beurt dat de ontslagen noodzakelijk zijn. Hij zegt dat er wordt gehandeld in het belang van de nationale veiligheid, die sinds de couppoging nog altijd in gevaar zou zijn.