De aanklager in het proces over de Surinaamse Decembermoorden heeft dinsdag tegen drie verdachten 20 jaar cel geëist. Voor een vierde verdachte is vrijspraak geëist.
 

Het gaat om verdachten Benny Brondenstein, Kenneth Kempes en Luciën Lewis, die worden verdacht van betrokkenheid bij de Decembermoorden.

Deze moorden op vijftien tegenstanders van het toenmalig militair regime onder leiding van Desi Bouterse vonden plaats in de nacht van 8 op 9 december 1982.

Brondenstein behoorde tot de groep van zestien militairen die in 1980 onder leiding van Bouterse een staatsgreep pleegde. Deze groep zag de vijftien latere slachtoffers als een bedreiging voor hun macht en wilde hen uit de weg ruimen. Voor de aanklager staat vast dat Brondenstein wist van de plannen om deze tegenstanders uit te schakelen.

Lijfwachten

Kempes en Lewis waren lijfwachten van Bouterse waardoor ze volgens Elgin op de hoogte waren van de plannen voor de moorden. Omdat ze geen afstand hebben genomen van deze plannen, maar hebben meegewerkt, eist de aanklager dat ze de cel in gaan.

Voor verdachte Iwan Krolis eiste auditeur-militair Roy Elgin dinsdag vrijspraak. Volgens Elgin was Krolis terecht als verdachte aangemerkt omdat hij in 1982 veel contact had met het militaire gezag onder leiding van Bouterse. Toch eist hij geen straf omdat het OM niet voldoende bewijs heeft gevonden voor zijn betrokkenheid bij de moorden.

Met de zitting van dinsdag komt een eind aan het requisitoir van de aanklager. Op 29, 30 en 31 januari krijgen de advocaten de gelegenheid hun pleidooi te houden.

Rozendaal

De afgelopen maanden heeft Elgin tegen zes verdachten, onder wie hoofdverdachte Bouterse, twintig jaar cel geëist. Tegen verdachte Ruben Rozendaal werd tien jaar geëist. Omdat hij op vrijspraak had gerekend, was deze eis een zware teleurstelling die hij niet kon verwerken. Een maand na de eis pleegde hij zelfmoorde.

Voor acht andere verdachten is vrijspraak geëist. De zaak van twee laatste verdachten moet nog plaatsvinden. Omdat deze twee minister waren in december 1982 kunnen ze niet door de Surinaamse krijgsraad berecht worden. Dit moet de kantonrechter doen.