Vlak nadat de geweldsgolf tegen de Rohingya-moslims in Myanmar eind augustus uitbrak, zijn in een maand tijd zeker 6.700 Rohingya gedood in de deelstaat Rakhine. Dat schrijft Artsen zonder Grenzen (AzG) in een donderdag gepubliceerd onderzoek.
 

Van de in totaal negenduizend Rohingya die tussen 25 augustus en 24 september zijn gestorven, kwam volgens Artsen zonder Grensen 71,7 procent om het leven als gevolg van geweld. Onder hen waren 730 kinderen. 

De cijfers zijn gebaseerd op onderzoek dat in november werd uitgevoerd in vluchtelingenkampen in het district Cox's Bazaar in Bangladesh, vlakbij de grens met Myanmar. De Myanmarese overheid sprak eerder van zo'n vierhonderd doden.
 

Dronebeelden tonen omvang Rohingya-vluchtelingenstroom
60
Dronebeelden tonen omvang Rohingya-vluchtelingenstroom

Kogels

Nadat Rohingya-rebellen in augustus uit protest over hun positie in Myanmar politieposten hadden aangevallen, reageerde het leger direct met vergeldingsacties. Volgens AzG zou een derde (69 procent) van de  Rohingya's doodgeschoten. Negen procent zou levend zijn verbrand, en vijf procent doodgeslagen. 

"Het resultaat is verbijsterend, niet alleen hoeveel mensen een familielid zijn verloren maar ook de gruwelijke vormen van geweld waarover de mensen in vluchtelingenkampen ons hebben verteld", aldus AzG in een verklaring.

Na de uitbraak van het geweld vluchtten naar schatting ruim zeshonderdduizend Rohingya-moslims naar Bangladesh. Eind november zeiden beide landen een eerste stap te hebben gezet richting de terugkeer van de vluchtelingen.