De Argentijnse marine heeft donderdagavond (Nederlandse tijd) laten weten de hoop te hebben opgegeven de 44 bemanningsleden van de vermiste onderzeeër ARA San Juan nog levend te vinden. De zoektocht naar de onderzeeër zal desondanks worden voortgezet. 
 

De onderzeeboot verdween op 15 november en had maar voor zeven dagen zuurstof aan boord. "Inmiddels zijn al twee keer zoveel dagen verstreken", zei een woordvoerder van de marine donderdag. Daarom is niet langer sprake van een reddingsmissie.

Sinds de verdwijning van het schip zochten dertig schepen en vliegtuigen en 4000 mensen uit Argentinië, Chili, Brazilië, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië op ruim 450 kilometer van de kust naar sporen van de duikboot. "Ondanks de omvang van de zoektocht is het niet mogelijk gebleken de onderzeeër op tijd te vinden", aldus de woordvoerder. 

Volgens de Argentijnse marine heeft zich aan boord vermoedelijk een explosie voorgedaan, kort nadat het schip voor het laatst zijn positie had doorgegeven.

De Argentijnse premier Mauricio Macri kondigde zondag een "serieus en diepgaand" onderzoek aan naar de toedracht van het ongeluk, zodra de onderzeeër is gevonden.