Wie is Ratko Mladic en welke misdaden beging hij in de Joegoslavië-oorlog?

Woensdag heeft het Joegoslavië-Tribunaal generaal Ratko Mladic schuldig bevonden aan genocide en veroordeeld tot een levenslange celstraf. Mladic was bevelhebber van de Bosnische Serviërs tijdens de afscheidingsoorlog die daar in de jaren 1992-1995 woedde. Hij leidde de volkerenmoord rond het Oost-Bosnische Srebrenica, dat hij trots voor de Serviërs heroverde op wat hij 'de Turken' noemde.

Mladic werd in 1942 geboren in het toenmalige Joegoslavië, in een dorpje vlak bij Sarajevo, de latere hoofdstad van Bosnië. Hij werd officier bij het Joegoslavische Volksleger en bleek naast een uitstekende militaire strateeg ook iemand die het Servische nationalisme vaardig wist te bespelen.

Zijn rancuneuze houding tegenover de niet-Servische Joegoslaven lijkt mede te zijn gevoed door persoonlijke tragedies. Zijn vader stierf in de Tweede Wereldoorlog als verzetsstrijder. Zijn moeder kwam aan het begin van de laatste Balkanoorlog om het leven. Mladic' enige dochter pleegde zelfmoord, nadat haar verloofde in Bosnië was gesneuveld.

Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd Mladic opperbevelhebber van het leger van de Servische minderheid in Bosnië. Die voelde zich bedreigd door het voornemen om na het uiteenvallen van Joegoslavië een nieuwe staat te vormen, waarin moslims en Kroaten de dominante bevolkingsgroepen zouden worden, dat sterk werd bepleit door het Westen. De Bosnische Serviërs riepen in 1992 een eigen republiek uit, de Republika Srpska.

Obstakel voor vrede

Dit leidde tot een burgeroorlog. In deze strijd voelde Mladic zich een natuurlijke winnaar en redder. ''Het offensief is mijn roeping'', aldus de wat narcistische officier, die werd omringd door trouwe soldaten en als beschermer werd geëerd door de Servische bevolking in Bosnië-Herzegovina.

Zijn militaire successen leken hem gelijk te geven. Zelfs vijanden respecteerden Mladic als bevelvoerder. Hij domineerde met een relatief klein leger een uitgestrekt gebied, circa zeventig procent van Bosnië-Herzegovina met kleine, effectieve eenheden.

De aanval was ook verbaal de beste verdediging. Hij strooide met garanties en dreigementen. De Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic zag vaak zijn diplomatieke manoeuvres met één zinnetje van Mladic geruïneerd, zoals "Ik ga Londen bombarderen".

''Het grootste obstakel voor vrede is oorlog'', vatte Mladic eens kernachtig samen.

Het kwaad

In de rest van de wereld werden Mladic en zijn politieke chef gezien als de verpersoonlijkingen van al het kwaad op de Balkan. Er is in de oorlog vrijwel geen misdaad in Bosnië gepleegd waarvan het Joegoslavië-Tribunaal de twee niet heeft beschuldigd.

Het tribunaal heeft Mladic, bijgenaamd 'de Bosnische Napoleon', onder meer veroordeeld vanwege zijn betrokkenheid bij de verovering van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995. Ondanks de aanwezigheid van Dutchbat, een bataljon Nederlandse VN-blauwhelmen, werden meer dan achtduizend islamitische mannen en jongens weggevoerd en vermoord in wat ''de ergste slachting in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog'' is genoemd. 

De Amerikaanse topdiplomaat Richard Holbrooke, die bemiddelde bij vredesonderhandelingen in Bosnië, omschreef Mladic eens als "een van die dodelijke combinaties die de geschiedenis soms naar voren duwt: een charismatische moordenaar".

Na Srebrenica werd de rol van de Nederlandse VN-militairen onder de loep genomen door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), nadat het vermoeden ontstond dat Defensie bepaalde zaken in de doofpot wilde stoppen. Uit het NIOD-rapport bleek dat Dutchbat onvoldoende was uitgerust en geïnformeerd, geen duidelijk mandaat had om op te treden en niet kon rekenen op luchtsteun. Dat leidde tot de val van het kabinet-Kok II in 2002.

Etnische zuiveringen

Srebrenica was echter slechts één wapenfeit van de energieke generaal Mladic, in een reeks waarmee hij een zo groot mogelijk deel van Bosnië exclusief voor Serviërs wilde behouden. Zo werd hij ook beschuldigd van etnische zuiveringen op andere plekken, het systematisch beschieten van burgers en het door de vingers zien van oorlogsmisdaden die door zijn ondergeschikten werden gepleegd.

Alle aanklachten deed hij gewoonlijk af als verzinsels van de Amerikanen, die samen met Duitsland en het Vaticaan zouden hebben samengezworen tegen de Serviërs. Mladic meende dat Servië voortdurend door buitenstaanders werd belaagd.

In 1997 schoof de nieuwe leiding in Servisch Bosnië hem aan de kant. Hij week uit naar Belgrado en moest na de val van Milosevic in 2000 echt onderduiken, waarbij hij werd geholpen door Serviërs die hem nog steeds als held zien. Mladic werd echter een obstakel voor de Servische toetreding tot de Europese Unie en in mei 2011 werd hij opgespoord en ingerekend.

Tip de redactie