Noord-Ierse politicus Gerry Adams stapt op als leider van Sinn Fein

Gerry Adams stapt volgend jaar op als leider van Sinn Fein, dat lang werd beschouwd als de politieke vleugel van het Ierse Republikeinse Leger (IRA). Adams zei zaterdag op een partijconferentie dat hij geen kandidaat is voor de partij in de volgende parlementsverkiezingen.

Adams zit nu in het Ierse parlement. Eerder was hij lid van het Britse parlement en de assemblee voor Noord-Ierland.

Adams zei zaterdag op de top van Sinn Fein dat deze conferentie zijn laatste als voorzitter van het katholieke en republikeinse partij is. De 69-jarige Adams is sinds 1983 voorzitter. Hij gaat de partijtop vragen om een datum in 2018 te prikken voor een speciale partijconferentie. Daarop moet dan een nieuwe leider van Sinn Fein worden gekozen.

Volgens Britse media is zijn 48-jarige plaatsvervanger Mary Lou McDonald, die ook lid van het Ierse parlement is, de belangrijkste kandidaat om hem op te volgen.

''Leiderschap betekent dat je moet weten wanneer de tijd rijp is voor verandering'', zei Adams op de partijbijeenkomst. Hij liet weten dat zich zelf altijd heeft gezien als een teamspeler, en dat hij het volste vertrouwen heeft in de nieuwe generatie leiders van Sinn Fein, aldus de BBC.

IRA

Adams, die in Belfast werd geboren, is een van de meest herkenbare en controversiële figuren in de Ierse politiek. Onder zijn leiding stapte de Ierse republikeinse beweging over van meer dan dertig jaar van gewelddadige strijd voor de aansluiting van het Britse Noord-Ierland bij Ierland op een vreedzame rol binnen het politieke proces.

Sommigen zien hem als een vredesstichter, terwijl anderen niet kunnen vergeten dat hij in het verleden moorden die werden begaan door de IRA openlijk verdedigde.

De Noord-Ier kwam uit een republikens nest: zijn vader werd in 1942 neergeschoten na een IRA-aanval op een politiepatrouille en verdween vervolgens in de gevangenis. De jonge Adams sloot zich in eind jaren 60 aan bij de burgerrechtenbeweging.

Toen Adams in 1972 werd opgepakt en de cel in draaide, eiste de top van de IRA dat hij zou worden vrijgelaten om te bemiddelen bij onderhandelingen over een staakt-het-vuren met de Britse regering. Zelf heeft Adams altijd ontkend destijds een hooggeplaatste IRA-commandant te zijn geweest, maar die lezing wordt in twijfel getrokken door historici en bronnen binnen de veiligheidsdiensten. 

Partijvoorzitter

Begin jaren 80 betrad Adams de Noord-Ierse politiek en werd hij parlementariër voor West-Belfast, hoewel hij weigerde in het Britse parlement te verschijnen. In 1983 werd hij voorzitter van Sinn Fein. Drie jaar later draaide hij het partijbeleid dat Sinn Feinn-parlementariërs zich ook niet lieten zien in het Ierse parlement in Dublin terug. 

Door het geweld van de IRA gold Sinn Feinn nog jarenlang als politiek paria, maar Adams wist eind jaren 80 in het geheim vrede te sluiten met John Hume, de leider van de gematigde Noord-Ierse Sociaal-Democratische en Arbeiderspartij (SDLP). Daardoor werd geleidelijk de weg gebaand voor het Noord-Ierse vredesproces. 

Aanslagen

Adams overleefde meerdere aanslagen op zijn leven. In 1984 raakten hij en drie metgezellen gewond toen ze in Belfast werden beschoten door leden van een pro-Britse paramilitaire organisatie, de Ulster Vrijheidsstrijders.

Tijdens een begrafenis voor IRA-leden in dezelfde stad, vier jaar later, vond er weer een aanslag plaats. Drie aanwezigen kwamen om, maar Adams ontsnapte ongedeerd. Later werd bekend dat hij wel een van de beoogde doelwitten was. 

In 1994 leidde de band met de SDLP tot een staakt-het-vuren, dat ruimte schiep voor de onderhandelingen die op hun beurt resulteerden in het Goedevrijdagakkoord tussen de regeringen van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. die overeenkomst werd gesteund door de meeste politieke partijen in Noord-Ierland. De macht zou voortaan worden gedeeld tussen de pro-Britse unionisten en de republikeinen.

Coalitie

In 1998 maakte Sinn Feinn zijn opwachting in het Noord-Ierse parlement. Adams weigerde een ministerspost te bekleden in de nieuwe regering en liet dat over aan zijn partijgenoot Martin McGuinness.

Wel speelde hij een sleutelrol bij de onderhandelingen die volgden toen de machtsdelingsovereenkomst in 2003 uit elkaar viel. In 2006 sloten hij Ian Paisly, voorzitter van de voormalige aartsvijand, de Democratische Unionistische Partij (DUP), een nieuw akkoord. Dat leidde tot een situatie die ooit volkomen ondenkbaar was: een Noord-Ierse coalitieregering geleid door Sinn Feinn en de DUP.

Lees meer over:
Tip de redactie