De autoriteiten van Myanmar hebben de Verenigde Naties toestemming gegeven voedselhulp te bieden in de provincie Rakhine. Dat heeft woordvoerster Bettina Lüscher van het World Food Programme vrijdag bekendgemaakt.

De organisatie was bijna twee maanden niet welkom in het gebied, waar veel Rohingya wonen. Honderdduizenden leden van deze moslimminderheid zijn op de vlucht geslagen voor het geweld van het leger van het overwegend boeddhistische Myanmar. Ze trokken massaal naar buurland Bangladesh.

''WFP heeft groen licht gekregen om de voedselverstrekking in het noordelijk deel van Rakhine te hervatten. We werken samen met de regering aan de invulling van details'', zei Lüscher in Genève. Een tijdschema voor levering van rantsoenen kon ze niet geven. Daarover wordt nog overlegd.

Dodental

Een mensenrechtencommissie van de VN heeft onderzoek gedaan naar het optreden van regeringstroepen tegen de Rohingya. Vraaggesprekken in de vluchtelingenkampen hebben duidelijk gemaakt dat er sprake was van een "consequent, systematisch patroon" van moord, foltering, verkrachting en brandstichting.

De Indonesische procureur-generaal Marzuki Darusman, die het VN-team leidde, zei vrijdag dat het dodental door de zuiveringen wel eens "extreem groot" zou kunnen zijn. "We hebben veel verklaringen gehoord van mensen uit tal van dorpen in het noorden van Rakhine", aldus Darusman.

"De strekking was steeds hetzelfde. De militaire acties resulteerden in grove schending van de mensenrechten. Honderdduizenden mensen hebben ermee te maken gehad."