Het onderzoek van een internationale commissie naar de mysterieuze verdwijning van vlucht MH370 van Malaysia Airlines heeft weinig opgeleverd. Drieënhalf jaar na de verdwijning van een Maleisisch passagiersvliegtuig met 239 inzittenden is het nog altijd een raadsel wat er van het toestel geworden is. 

Dat staat in het eindrapport over MH370, dat dinsdag door de Australische Raad voor Transportveiligheid (ATSB) is uitgebracht. "Wij betreuren ten diepste dat wij het vliegtuig noch de 239 zielen aan boord hebben kunnen vinden", is te lezen.

Op 8 maart 2014 was een Boeing 777 van Kuala Lumpur op weg naar Peking, toen het vliegtuig plots van koers veranderde en van de radarschermen verdween. Onder de passagiers was één Nederlandse vrouw. "Het is bijna onvoorstelbaar en in maatschappelijk opzicht ook niet te verteren dat in het tijdperk van de moderne luchtvaart een zo groot vliegtuig verdwenen blijft", schrijft de commissie in het eindrapport.

Radarbeelden

Aan de hand van radar- en satellietgegevens werd later vastgesteld dat het vliegtuigen nog zeven uur heeft doorgevlogen en vermoedelijk in de Indische Oceaan is gestort. Brokstukken die in 2015 en 2016 op eilanden in de oceaan en aan de kust in Oost-Afrika aanspoelden bevestigden dit vermoeden.

Tijdens de speuractie werd meer dan 120.000 vierkante kilometer van de oceaanbodem afgezocht, op duizenden kilometers afstand van Australië. Ondanks protesten van nabestaanden werd het zoeken naar het vliegtuig eerder dit jaar gestaakt. De zoektocht duurde ruim duizend dagen en kostte zo'n 127 miljoen euro. Pas bij concrete aanwijzingen wordt de zoektocht hervat.