Een boot met 130 Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar aan boord is donderdag voor de kust van Shamlapur in het zuiden van Bangladesh gekapseisd. Daarbij zijn zeker veertien opvarenden omgekomen.

Dat heeft de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) bekendgemaakt. Onder de dodelijke slachtoffers zouden negen kinderen zijn.

Tot dusver zijn dertig mensen gered. De zoekactie in de Golf van Bengalen is nog in volle gang, maar wordt bemoeilijkt door het slechte weer in het gebied, dat zorgt voor een ruwe zee.

Internationale hulporganisaties hebben er bij de autoriteiten van Myanmar op aangedrongen toegang te verlenen tot de kuststaat Rakhine, waar een legeroffensief in het noorden meer dan een half miljoen Rohingya op de vlucht heeft doen slaan. 

Geweld

De Rohingya-moslims worden al jaren in Myanmar onderdrukt en hebben vrijwel geen rechten. Nadat Rohingya-rebellen uit protest over hun positie in Myanmar politieposten hadden aangevallen, reageerde het leger direct door vergeldingsacties uit te voeren.

De Verenigde Naties gaven onlangs aan het geweld in het land te zien als een schoolvoorbeeld van etnische zuivering, en stelden vrijdag dat de komende zes maanden tweehonderd miljoen dollar nodig is om de Rohingya te helpen.