Een federaal hof van beroep in de VS heeft president Donald Trump deels teruggefloten over zijn omstreden inreisverbod. Het hof bepaalde dat meer uitzonderingen moeten worden gemaakt op het inreisverbod voor mensen uit zes landen die overwegend islamitisch zijn.

Eind juni bepaalde het hooggerechtshof dat Trumps inreisverbod voor reizigers uit zes landen met enige aanpassing toch kon worden ingevoerd. Voor mensen die ouders, broers, zussen of kinderen in de VS hebben, werd een uitzondering gemaakt.

De rechters van het hof van beroep oordeelden donderdag dat mensen uit de zes landen ook niet kunnen worden geweigerd als ze grootouder, oom, tante of neef of nicht zijn van een persoon die in de VS woont.

De uitspraak betekent wederom een juridische tegenvaller voor Trump. Het Witte Huis steggelt al een half jaar met diverse staten en rechtbanken over het inreisverbod, een van de eerste maatregelen die Trump afkondigde toen hij was beëdigd.

Ongrondwettelijk

Het plan stuitte direct op veel kritiek van politici van beide grote partijen en mensenrechtenactivisten. De selectie van de landen zou willekeurig zijn en ongrondwettelijk. De grondwet verbiedt om mensen op basis van hun geloof de toegang tot het land te ontzeggen. Bovendien heeft het Witte Huis volgens critici niet goed aangetoond op basis van welk criterium de zes landen geselecteerd zijn.

Het tijdelijke reisverbod geldt voor reizigers uit Jemen, Soedan, Somalië, Syrië en Iran en vluchtelingen. Eerder lagen lagere rechtbanken dwars, maar volgens het Amerikaanse hooggerechtshof kon het inreisverbod op hoofdpunten toch worden uitgevoerd.

Bonafide relatie

Het hof oordeelde eerder al dat de maatregelen alleen betrekking mogen hebben op "buitenlandse burgers die geen bonafide relatie hebben met een persoon of entiteit in de VS".

In oktober kijkt het hof of het inreisverbod voor inwoners uit zes islamistische landen rechtmatig is. Tot die tijd mag Trump onderdelen van zijn voorgenomen inreisverbod tijdelijk invoeren.