Het aantal Rohingya-moslims dat door het geweld in Myanmar naar Bangladesh is gevlucht is gestegen naar 123.000. 

De Verenigde Naties waarschuwen dat hulporganisaties worstelen met de massale toestroom van vluchtelingen.

De ontheemde Rohingya hebben opvang, voedsel en medische hulp nodig. Daar lijkt echter onvoldoende capaciteit voor te zijn. Een woordvoerder van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR stelde dat de vluchtelingenkampen vol zitten.

Volgens vluchtelingen hebben veiligheidstroepen hun huizen in Rakhine verbrand en hen verjaagd. De strijdkrachten in Myanmar zeiden eerder slechts te reageren op aanvallen van gewapende opstandelingen op legerkampen en politieposten. In Myanmar wonen ongeveer 1 miljoen Rohingya.

Vluchtelingen zeggen hun leven niet meer zeker te zijn in Myanmar. ''We zijn naar een heuvel gevlucht toen het schieten begon. Het leger stak huizen in brand'', zei een 28-jarige boer uit het dorp Kyauk Pan Du. Hij vluchtte uiteindelijk per boot naar buurland Bangladesh.

Hulporganisaties

De Europese Unie riep de autoriteiten dinsdag op hulporganisaties ongehinderd toegang te geven tot het crisisgebied. In Rakhine zijn 350.000 mensen afhankelijk van humanitaire hulp, aldus EU-commissaris Christos Stylianides.

De Rohingya die naar Bangladesh vluchten mogen niet worden teruggestuurd of gedeporteerd, benadrukte Stylianides. ''De steun en bescherming voor deze vluchtelingen door de Bengaalse autoriteiten is cruciaal tot de situatie is gestabiliseerd en ze veilig terug kunnen.’

Aung San Suu Kyi

De druk op de regeringsleider van Myanmar Aung San Suu Kyi om actie te ondernemen groeit. De regeringen van Bangladesh, Indonesië en Pakistan hebben haar opgeroepen om iets te doen aan het geweld tegen de moslims.

Hulpaanbod

De Indonesische minister van Buitenlandse Zaken Retno Marsudi heeft dinsdag tijdens een bezoek aan Bangladesh de nobelprijswinnaar Suu Kyi opgeroepen om iets aan het "bloedvergieten" te doen.