Twee terrorismeverdachten die zaterdag tijdens een anti-terrorisme-operatie in Sydney werden opgepakt, wilden een nietsvermoedend familielid een bom mee aan boord van een vliegtuig laten nemen. Daarnaast hadden ze plannen voor een tweede aanslag.

Dat heeft de Australische politie vrijdag bekendgemaakt. Naast het plan om een vliegtuig neer te halen, waren de twee volgens de politie ook bezig met het maken van een apparaat waarmee ze giftig gas in een mensenmassa zouden kunnen verspreiden. 

De twee verdachten zouden op 15 juli een bom aan boord van een toestel van de luchtvaartmaatschappij Etihad hebben willen krijgen. Ze zouden het in een vleesmolen hebben gestopt, en hebben meegegeven aan een onwetende broer. De tas kwam echter niet langs de beveiliging van het vliegveld.

De explosieven waaruit de bom bestond zouden door Islamitische Staat vanuit Turkije naar Australië zijn gestuurd. Een van de verdachten zou via zijn broer in Syrië met IS in contact zijn gekomen, en sinds april hebben gecommuniceerd met de terroristische groepering.

Veiligheidsmaatregelen

Tijdens de anti-terreur-operatie in Sydney werden zaterdag in totaal vier mensen gearresteerd. Dat gebeurde bij vijf huiszoekingen in de voorsteden Lakemba, Surry Hills, Wiley Park en Punchbowl. Toen sprak de politie al het vermoeden uit dat er sprake was van door de islam geïnspireerd terrorisme. 

Premier Turnbull maakte bekend dat de beveiliging van het vliegveld van Sydney al twee dagen eerder werd aangescherpt naar aanleiding van de mogelijke dreiging. De andere binnenlandse en internationale vliegvelden in het land volgden zaterdag.