De Japanse minister van Defensie, Tomomi Inada, heeft vrijdag aangekondigd haar functie neer te leggen. Inada was tijdens haar ambtsperiode betrokken bij een serie fouten en een doofpotaffaire op haar ministerie. Die droegen bij aan de duik die de populariteit van premier Shinzo Abe de laatste weken heeft genomen.

Het daadwerkelijke vertrek van Inada zal vallen op hetzelfde moment als de publicatie van een rapport over de Japanse deelname aan de VN-vredesoperatie in Zuid-Sudan. Dat onderzoek draait om beschuldigingen dat medewerkers van het ministerie van Defensie zouden hebben geprobeerd berichten over de verslechterde veiligheidssituatie in dat land te verbergen. Inada wordt ervan beschuldigd hen daarbij te hebben geholpen.

De deelname van Japan aan de VN-vredesmacht is omstreden: het is de eerste keer dat Japanse militairen in het buitenland actief zijn sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgens de Japanse wet mogen zij dat alleen als er een staakt-het-vuren geldt. In de berichten zou echter zijn gerept over gevechten tussen de Zuid-Sudanese regering en rebellengroepen. 

Protegé

De 58-jarige Inada wordt gezien als een protegé van Abe en deelt zijn conservatieve denkbeelden. Desondanks verwachtte ze al dat ze volgende week zou worden vervangen bij een poging van de premier om zijn cijfers in de peilingen te verbeteren. 

In sommige van de peilingen is de populariteit van Abe tot onder 30 procent gezakt. De premier ligt onder vuur in een aantal schandalen over mogelijke vriendjespolitiek en wordt door veel kiezers verweten dat hij hun belangen niet behartigt.

Abe hield zelf ook een persconferentie na die waarin Inada haar vertrek aankondigde. Hij bood het Japanse volk "vanuit mijn hart" zijn verontschuldigingen aan. 

Inada zal worden vervangen door Fumio Kishida, de minister van Buitenlandse Zaken, die haar taken toevoegt aan zijn eigen portefeuille.

Volgens Abe kan zo worden voorkomen dat er een leiderschapsgat valt op het moment dat Japan zich geconfronteerd ziet met uitdagingen op veiligheidsgebied, zoals de recente spanningen rond de wapenprogramma's van Noord-Korea.

Oppositie

Ondanks de populariteitsproblemen van premier Abe slaagt de Japanse oppositie er vooralsnog niet in er gebruik van te maken. Donderdag kondigde Renho, de leider van de grootste oppositiepartij, de Democratische Partij, haar vertrek aan. Dat is de beste manier om het imago van haar partij te repareren, aldus Renho, die alleen die naam voert. 

De Democratische Partij kampt met aanhoudende ruzies in de eigen gelederen. Kiezers herinneren zich bovendien de deelname van de partij aan een omstreden kabinet tussen 2009 en 2012.