Het akkoord tussen de Europese Unie en Canada over de uitwisseling van passagiersgegevens mag in zijn huidige vorm niet worden gesloten. Dat heeft het Europees Hof van Justitie woensdag bepaald.

Diverse bepalingen van de in 2014 ondertekende ontwerpovereenkomst zijn in strijd met de Europese grondrechten.

Het Europees Parlement had het zogenoemde PNR-akkoord op initiatief van D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld aan het Hof in Luxemburg voorgelegd, uit protest tegen het onbeperkt 'binnenharken' van gegevens zonder dat daar een echte aanleiding voor is.

Het akkoord moet het mogelijk maken persoonsgegevens van vliegtuigpassagiers aan de Canadese autoriteiten door te geven om terrorisme en andere grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden. Het gaat onder meer om ticketinformatie, contactgegevens, betaalgegevens en bagage-informatie.

Privacy

Het is volgens het Europees Hof ''in wezen toegestaan stelselmatig alle gegevens van passagiers door te geven, te bewaren en te gebruiken", maar verschillende bepalingen van de ontwerpovereenkomst zijn in strijd met ''voorschriften voor de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens".

De Passenger Name Records, die in het akkoord vijf jaar bewaard mogen worden, kunnen een volledige reisroute blootleggen, inzicht geven in reisgewoontes en relaties tussen twee of meer personen en inlichtingen verschaffen over de financiële situatie van passagiers, hun voedingsgewoonten of hun gezondheidstoestand, licht het Hof zijn bezwaren toe.

In 't Veld zegt blij te zijn met de conclusie van het Hof dat het akkoord zo niet kan. Ze wijst er ook op dat vergelijkbare akkoorden met de Verenigde Staten over de uitwisseling van passagiers- of bankgegevens (SWIFT) door de uitspraak mogelijk op losse schroeven komen te staan.

Het is de eerste keer dat het Europees Hof van Justitie zich uitspreekt over de verenigbaarheid van een internationale (ontwerp)overeenkomst met het Handvest van de grondrechten van de EU.