Het dodental van de overstromingen in Colombia is opgelopen naar 254 personen. Dat laat het leger zaterdag weten. De zoektocht naar overlevenden is zondagochtend (lokale tijd) voortgezet.

De overledenen zijn het slachtoffer van modderstromen die ontstonden nadat rivieren door zware regenval buiten hun oevers traden in het zuiden van Colombia. Het dodental loopt mogelijk nog verder op.

Tenminste vierhonderd personen raakten gewond en ruim tweehonderd mensen worden vermist, volgens het Rode Kruis. In totaal zijn 1.100 militairen en politieagenten ingezet om te helpen bij de reddingswerkzaamheden.

Regenval

Door zware regenval traden in de nacht van vrijdag op zaterdag meerdere rivieren buiten hun oevers. Daarop stroomde modder en sediment over huizen en wegen in de stad Mocoa, zei burgemeester Jose Antonio Castro eerder tegen een lokale radiozender.

De schade is enorm. Volgens de burgemeester zijn huizen in zeventien wijken "feitelijk uitgewist". Ook zijn twee bruggen verwoest.

Castro zei dat Mocoa door de natuurramp geïsoleerd is geraakt. Tienduizenden mensen zitten zonder elektriciteit of water. Ook is er gebrek aan voedsel. "Het kleine aantal supermarkten dat niet is getroffen door de aardverschuiving, gaat niet open", zei een ooggetuige tegen de Colombiaanse krant El Tiempo.

De politie liet weten dat de belangrijkste toegangsweg naar Mocoa door het natuurgeweld niet meer toegankelijk is. De ziekenhuizen zijn overvol, omdat voortdurend gewonden worden binnengebracht.

Noodtoestand

President Juan Manuel Santos heeft zaterdag het rampgebied bezocht, hij riep de noodtoestand uit. "We zullen alles doen om te helpen", aldus de president. De Colombiaanse luchtmacht brengt onder andere water en medicijnen naar het door nood getroffen gebied.

Santos zei dat in de nacht van vrijdag op zaterdag 130 millimeter regen is gevallen. "Dat is 30 procent van de regen die in normale omstandigheden gedurende een maand valt", aldus de president.