De speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten, Yanghee Lee, heeft vrijdag gezegd dat het leger en de politie in Myanmar zich op grote schaal schuldig maken aan misdaden tegen de menselijkheid tegen de Rohingya-minderheid. 

De Koreaanse Lee reisde in januari af naar Myanmar om mogelijke mensenrechtenschendingen te onderzoeken. Hoewel haar de toegang tot conflictgebieden zoals de deelstaat Rakhine is ontzegd, sprak ze met vluchtelingen in buurland Bangladesh. Tegen de BBC zei ze dat de situatie in Myanmar "veel erger is dan ik verwachtte".

"Ik zou zeggen misdaden tegen de menselijkheid. Zeker misdaden tegen de menselijkheid, door het Birmese leger, de grenswachten of de politie of veiligheidstroepen", aldus Lee.

Volgens de VN-gezant zijn misbruiken al lange tijd een "systematisch" probleem bij de Birmese veiligheidsdiensten, maar moet de relatief verse regering van Aung San Suu Kyi ook wat van de verantwoordelijkheid op zich nemen. 

"Uiteindelijk is het de regering, de burgerregering, die moet reageren op en verantwoording moet afleggen voor deze massale gevallen van vreselijke martelingen en de zeer onmenselijke misdaden die ze tegen hun eigen volk hebben gepleegd."

'Interne kwestie'

Volgens de BBC worden de verhalen van vluchtelingen over moordpartijen en het in brand steken van dorpen door het Birmese leger ondersteund door video- en satellietbeelden. 

Een woordvoerder van de Birmese regeringspartij noemt de beschuldigingen van Lee "overdreven", en zei dat "het niet om een internationale maar een interne kwestie gaat".

De Birmese regering heeft ook zelf een onderzoek naar de misstanden ingesteld.

Meer dan 70.000 leden van het islamitische Rohingya-volk zijn vanuit Myanmar gevlucht naar Bangladesh. In hun thuisstaat Rakhine vind sinds vorig jaar oktober een grote militaire operatie plaats. Aanleiding voor de operatie was een aanslag waarbij negen grenswachten werden vermoord, die waarschijnlijk werd gepleegd door een Rohingya-militie die uit is op onafhankelijkheid.