Twee van de elf Maleisiërs die werden vastgehouden in Noord-Korea hebben het land toch kunnen verlaten, zo is donderdag in Maleisische regeringskringen vernomen. 

De twee werkten voor het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP).

Noord-Korea verbood Maleisiërs het land te verlaten, als reactie op een uitreisverbod voor Noord-Koreaanse burgers in Maleisië. De spanning tussen Maleisië en Noord-Korea is hoog opgelopen nadat Kim Jong-nam, de halfbroer van leider Kim Jong-un, op de luchthaven van Kuala Lumpur met zenuwgas om het leven werd gebracht. 

Maleisië stelt dat ambassadeurs in Pyongyang praktisch worden gegijzeld. De Maleisische premier Najib Razak heeft Noord-Korea opgeroepen om de Maleisiërs direct te laten gaan. Ook zei hij een spoedvergadering te hebben aangevraagd in de VN-Veiligheidsraad vanwege de kwestie.

Moord op Kim Jong-nam vastgelegd op deze camerabeelden
60
Video
Moord op Kim Jong-nam vastgelegd op deze camerabeelden

Gegijzeld

De negen Maleisiërs die zijn achtergebleven verblijven in de ambassade van hun land in de Noord-Koreaanse hoofdstad. Premier Razak zei dat zijn land de diplomatieke betrekkingen met Noord-Korea niet wil verbreken, ''aangezien wij met hen willen blijven communiceren om tot een oplossing te komen''. Maleisië zal zich hier echter niet door laten weerhouden om zich krachtig op te stellen, voegde hij eraan toe.

Volgens de Maleisische premier heeft Noord-Korea de veiligheid van de Maleisiërs die nog in het land vastzitten gegarandeerd. "Ze zijn vrij om hun dagelijkse activiteiten te doen, alleen mogen ze niet het land uit."

De Verenigde Naties hebben tot kalmte gemaand. De VN dringen er bij Maleisië en Noord-Korea op aan hun geschillen naar ''gevestigd diplomatiek gebruik'' op te lossen.