Het Iraakse leger heeft donderdag vroeg in de ochtend een tegenaanval van Islamitische Staat (IS) afgeslagen in het belegerde westelijke deel van de stad Mosul. 

De jihadisten gebruikten de slechte weersomstandigheden voor een poging de regeringstroepen uit West-Mosul te verdrijven. Sommige IS-strijders verstopten zich tussen vluchtende burgers en wisten zo in de buurt van Iraakse elite-eenheden te komen, zei een hooggeplaatste Iraakse legerofficier. 

Het oosten van de stad, die door de rivier Tigris wordt doorsneden, werd in januari heroverd door het Iraakse leger, dat wordt gesteund door de VS. Op 19 februari werd het offensief om ook het westen van Mosul in handen te krijgen geopend.

West-Mosul is het laatste IS-bolwerk in Irak. Woensdag maakte het Iraakse leger bekend de laatste uitvalsweg uit de stad in handen te hebben gekregen, waarmee de overgebleven IS-strijders zijn omsingeld.  

De strijd om West-Mosul wordt bemoeilijkt door de onbruikbare staat van de bruggen over de rivier en de wirwar van steegjes en door IS aangelegde tunnels die het dichtbevolkte stadsdeel kenmerken. Bovendien bevinden zich daar de wijken waar IS de meeste steun geniet, omdat de overwegend soennitische inwoners weinig op hebben met de sjiitische regering.