Het kamp van demonstranten tegen de oliepijpleiding in North-Dakota is volledig ontruimd. Bij het ontruimen van het kamp werden 46 mensen gearresteerd. Bulldozers en gepantserde voertuigen zijn het kamp nu aan het afbreken. 

Veel demonstranten verlieten het kamp vrijwillig maar een harde kern tegenstanders van de oliepijpleiding weigerde te vertrekken. Zij zijn vervolgens ontruimd voordat begonnen werd met de sloop van het kamp, dat meldt AFP. Woensdag verliep een ultimatum dat de autoriteiten hadden gesteld.

De geplande route van de Dakota Access Pipeline loopt via het grondgebied van de indianenstam. Tegenstanders van de pijplijn vrezen vervuiling van het drinkwater en olielekkages. De leiding verbindt olievelden in North Dakota met raffinaderijen in de Golf van Mexico.

Het nu afgebroken kamp heeft er ongeveer een jaar gestaan. Voormalig president Barack Obama legde de bouw van de pijpleiding stil. De leiding is 1.885 kilometer lang. De aanleg van de pijpleiding kost 3,8 miljard dollar (3,5 miljard euro). 

Aanleg versnellen

Het US Army Corps of Engineers, een adviesorgaan van de Amerikaanse overheid, heeft eind 2016 besloten geen toestemming te geven voor de aanleg van een paar kilometer pijplijn door het reservaat. Voor de Dakota Access Pipeline moest daarom worden gekeken naar een alternatieve route. 

President Donald Trump heeft onlangs juist twee presidentiële besluiten genomen die de aanleg van de pijplijn moet versnellen. De geplande route van de pijplijn loopt van North Dakota via Illinois naar de zuidkust van de VS.