Myanmar gaat onderzoeken of de politie zich schuldig heeft gemaakt aan mensenrechtenschendingen tegen de islamitische Ronhingya-minderheid in de deelstaat Rakhine. Vorige week kondigde het land al een vergelijkbaar onderzoek naar het leger aan.

Het Birmese ministerie van Binnenlandse Zaken liet maandag in een verklaring weten dat er een "intern onderzoek" wordt ingesteld "om te ontdekken of de politie illegale acties, inclusief mensenrechtenschendingen, heeft uitgevoerd tijdens het veiligstellen van het gebied".

In een rapport van de VN, dat eerder deze maand verscheen, worden de Birmese veiligheidsdiensten beschuldigd van massamoorden op en groepsverkrachting van Rohingya's. Ook zouden er sinds het begin van een anti-terreuroperatie in Rakhine in oktober vorig jaar enkele dorpen in brand zijn gestoken.

De VN noemt het "zeer waarschijnlijk" dat die daden kunnen worden gezien als mensenrechtenschendingen en mogelijk zelfs etnische zuivering.

Ontkenning

"Het VN-rapport bevat hele ernstige aantijgingen van misdaden tegen de menselijkheid door de politie in Myanmar, waaronder verkrachting. Maar zoals we weten is dat nooit gebeurd", zei politiecommandant Myo Thu Soe maandag tegen Reuters.

Myanmar ontkent bijna alle aantijgingen van mensenrechtschendingen in de deelstaat. Volgens de regering voeren de veiligheidsdiensten een geoorloofde operatie tegen rebellen uit als reactie op de moord op negen politiemannen dichtbij de grens met Bangladesh op 9 oktober. Waarschijnlijk was een militie van Rohingya daarvoor verantwoordelijk.

Sinds het begin van de veiligheidsoperatie in oktober zijn bijna 69.000 Rohingya's vanuit Myanmar naar Bangladesh gevlucht. Volgens de VN zijn er mogelijk meer dan duizend Rohingya gedood. De Birmese regering spreekt over minder dan honderd doden.