Een recordaantal mensen is in 2016 omgekomen bij zelfmoordaanslagen. Zeker 5.650 mensen kwamen om bij 469 zelfmoordaanslagen.

Zoveel mensen zijn er niet omgekomen sinds het aanslagtype begin jaren tachtig in populariteit steeg, meldt het Israëlische onderzoeksinstituut INSS.

In 2015 zijn er 452 zelfmoordaanslagen gepleegd. Het dodental lag toen op 4.330 mensen.

Terreurbeweging Islamitische Staat (IS) is verantwoordelijk voor de meeste aanslagen. De organisatie wordt in verband gebracht met 322 aanslagen die zijn gepleegd door de beweging zelf of jihadisten die trouw hebben gezworen aan IS.

Volgens het INSS is de groei in het aantal zelfmoordaanslagen vooral het gevolg van terreinverlies van de beweging in Syrië en Irak en meer internationale acties tegen de beweging.

Voor IS zijn de aanslagen een manier om een beeld te scheppen dat ze onsterfelijk zijn, voor het wekken van een schrikbeeld bij vijanden en als wraak voor de internationale antiterreuracties.

Irak

De aanslagen werden gepleegd door achthonderd daders in 28 landen. Het aantal gewonden lag vorig jaar op 9.480 mensen. In het rapport zijn ook mislukte aanslagen opgenomen.

Verreweg de meeste aanslagen zijn gepleegd in Irak: 146. Op een tweede plaats staat Syrië met 55 en daarna Afghanistan met 52 aanslagen. Na IS werden de meeste aanslagen gepleegd door Boko Haram (53) en de Taliban (39).

Bronnen

INSS heeft in het rapport alleen aanslagen meegenomen die door meerdere bronnen zijn bevestigd. Terreurgroepen noemen zelf vaak een hoger aantal aanslagen en een hoger dodental.

Het onderzoeksbureau merkt een flinke toename op in het aantal aanslagen in Turkije. In 2015 waren er vijf aanslagen, terwijl dat er afgelopen jaar 21 waren.

In het Midden-Oosten is het aantal aanslagen toegenomen, terwijl in Zuidoost-Azië en Afrika het aantal is afgenomen. INSS verwacht dat IS dit jaar meer pogingen zal doen tot het plegen van zelfmoordaanslagen.