De voorzitter van de verkiezingscommissie van Gambia is het land ontvlucht na bedreigingen.

Alieu Momar Njai riep Adama Barrow uit tot winnaar van de presidentsverkiezing op 1 december. Daarmee joeg hij de aanhang van Yahya Jammeh, die Gambia al 22 jaar met harde hand leidde en zich onverslaanbaar achtte, tegen zich in het harnas.

Zijn familie maakte dinsdag bekend dat Njai de wijk heeft genomen naar Senegal. Sinds hij door de veiligheidsdienst uit zijn kantoor, waar het verkiezingsarchief ligt, werd gezet voelt hij zich niet meer veilig.

"Oorlogsverklaring"

Jammeh accepteerde in eerste instantie zijn nederlaag, maar bedacht zich een week later en zei dat hij niet zou aftreden.

Dat besluit werd internationaal veroordeeld, niet in de laatste plaats door de buurlanden in West-Afrika, verenigd in ECOWAS. Zij dreigden met militair ingrijpen als Jammeh, aan de macht gekomen door een staatsgreep, aan zou blijven. Die sprak van een ''oorlogsverklaring''.

Democratie

Afgelopen weekeinde liep de spanning op in Gambia. De veiligheidsdienst haalde in de buurt van hoofdstad Banjul drie private radiostations uit de lucht, waardoor het voor de nieuwe regering moeilijk werd te communiceren met de achterban.

De verkiezingszege van Barrow, die op 19 februari zou moeten worden geïnaugureerd, werd gezien als een onverwacht succes voor de democratie in Gambia.

Het land werd in 1965 onafhankelijk van Groot-Brittannië maar had sindsdien slechts twee presidenten.