Omstreden pijplijn North Dakota mag niet door indianengebied lopen

De Amerikaanse overheid geeft geen toestemming voor een omstreden oliepijplijn door North Dakota als de geplande route niet wordt aangepast. Dit is een opvallend besluit na wekenlange protesten tegen het project.

"Het is duidelijk dat we andere opties moeten onderzoeken voor de pijplijn", stelde een woordvoerder van de US Army Corps of Engineers zondag.

Het besluit is een flinke overwinning voor de milieuactivisten en de indianen die al wekenlang protesteren tegen de aanleg van de lijn.

De 3,7 miljard dollar kostende aanleg van de bijna 2.000 kilometer lange pijplijn is zeer omstreden. De lijn, die per dag een half miljoen vaten olie moet vervoeren, gaat onder meer door een gebied waar Sioux-indianen wonen. Zij vrezen dat de leiding kan gaan lekken en zo het drinkwater in het indianengebied kan gaan vervuilen.

Bovendien vormt de leiding een bedreiging voor beschermde natuurgebieden en zou de leiding door heilige plaatsen van de indianen lopen.

Opnieuw bekijken

De pijplijn loopt van North Dakota via Illinois naar zuidkust van de VS. De aanleg van de pijp is sinds september vertraagd. De Amerikaanse overheid had beloofd de vergunningen om in het indianengebied te bouwen opnieuw te bekijken.

De regering Obama heeft sindsdien al een aantal keer bij de aanleggers van de pijplijn aangedrongen op een beter onderzoek naar andere routes. Maar hier was geen gehoor aan gegeven. De demonstranten hadden aangedrongen op een overheidsbesluit voor half januari, als Donald Trump aantreedt als president.

Hard optreden

Trump staat bekend als voorstander van dit soort projecten en zou vrijwel zeker toestemming geven voor de aanleg van de pijplijn volgens de geplande route. Bovendien blijkt hij volgens The Guardian nauwe banden te hebben met het bedrijf achter het omstreden project.

De protesten namen de afgelopen weken toe. Honderden demonstranten trotseerden vrijwel dagelijks de ijzige kou in North Dakota om hun ongenoegen over de aanleg kenbaar te maken. De politie trad relatief hard op tegen de demonstranten: zo werden ondanks de kou waterkanonnen gebruikt.

Nederlandse banken

ING verstrekte volgens de Eerlijke Bankwijzer een directe lening van 248 miljoen dollar (233 miljoen euro). ING stelt slechts een krediet van 120 miljoen dollar te hebben verstrekt. Daarvan is minder dan de helft uitbetaald. Het tweede deel van de lening zou pas beschikbaar komen als alle vergunningen zijn afgegeven.

De bank kon naar eigen zeggen niet stoppen met de financiering, omdat voor de lening een contract is getekend. "We proberen op alle mogelijke manieren invloed uit te oefenen om een bevredigende uitkomst voor alle betrokken partijen te bevorderen", aldus ING eerder.

Bij ABN Amro zou het volgens de Eerlijke Bankwijzer gaan om een lening van 45 miljoen dollar aan een van de betrokken bedrijven. De bank heeft geld geleend aan Energy Transfer Equity, het moederbedrijf van Energie Transfer Partners dat een aandeel van 38 procent in de pijplijn heeft. 

ABN Amro liet eerder weten dat het bedrijf dat de pijplijn bouwt geen klant is en dat de bank de pijpleiding dus niet financiert. De bank zei continu met Energy Transfer Equity in gesprek te zijn over zorgen rondom het project.

De Nederlandsche Bank (DNB) liet eerder weten de gebeurtenissen rond het project te onderzoeken.

Lees meer over:
Tip de redactie