Het aantal mensen dat in belegerde gebieden in Syrië woont is het afgelopen jaar verdubbeld naar bijna een miljoen.

Volgens de Verenigde Naties is het aantal mensen dat tussen de gevechten woont gestegen van 486.700 naar 974.080. De situatie is vooral slechter geworden in gebieden rondom Damascus, zoals Jobar, Hajar al-Aswad en Khan al-Shih.

In het oosten van Aleppo wonen nog zo'n 275.000 mensen. Volgens noodhulpcoördinator Stephen O'Brien zijn deze inwoners "geïsoleerd, uitgehongerd, gebombardeerd en wordt alle medische noodhulp en humanitaire hulp tegengehouden."

Op 18 oktober stopte Rusland en het Syrische leger voor tien dagen met luchtaanvallen op Aleppo. Dat bood volgens de VN een beetje hoop, maar na het hervatten van de luchtaanvallen vorige week zijn de inwoners weer terug bij af. "De laatste dagen zijn honderden inwoners gedood en gewond geraakt door de aanvallen op Oost-Aleppo."

Ziekenhuizen

Zondag werd bekend dat vanwege de aanhoudende bombardementen in het oosten van Aleppo alle ziekenhuizen buiten bedrijf zijn. Hierdoor is de situatie volgens de VN van "afschuwelijk" verschoven naar "nauwelijks te overleven".

De laatste voedselpakketten die de VN had afgeleverd voordat in juli de toegang werd ontzegd zijn op. Ook lokale organisaties zijn bijna door hun voedselvoorraden heen.