Venezuela heeft voor het eerst in elf maanden de grens met Colombia geopend. Venezolanen konden daardoor in het buurland producten kopen die in het eigen land voor de economische problemen niet of nauwelijks te krijgen zijn.

Liefst 25.000 mensen gingen de grens over. Ze reden naar het nabije Cúcuta om levensmiddelen en medicijnen in te slaan.

William Villamizar, de gouverneur van het Colombiaanse departement Norte de Santander waarvan Cúcuta de hoofdstad is, had niet gerekend op zulke aantallen. "We dachten dan er hooguit tienduizend mensen zouden oversteken. Deze enorme toeloop maakt wel duidelijk dat de grenzen dringend permanent open moeten."

De Venezolaanse president Nicolás Maduro sloot die in augustus om een einde te maken aan de smokkel van goederen en het binnendringen van Colombiaanse paramilitairen te voorkomen. De grens werd opengesteld voor in totaal twaalf uur, aldus BBC News.

Illegaal

Enkele dagen geleden hadden ongeveer vijfhonderd vrouwen de maatregel van zondag al min of meer uitgelokt. Ze braken door de grensovergang van Táchira naar Cúcuta op jacht naar voedsel.

Provinciegouverneur José Gregorio Velma zei dat de regering toestemming had gegeven de slagboom omhoog te doen om meer illegaal grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. De oppositie moedigde dat juist aan en wilde het coördineren.

Venezuela heeft te lijden van een ernstige crisis. De gierende inflatie heeft het spaargeld van de burgers doen verdampen, in de supermarkten ontbreekt het aan van alles en nog wat. Door het gebrek aan deviezen kunnen tal van ondernemingen de grondstoffen die ze nodig hebben niet meer invoeren.