Het regime van de Syrische president Bashar al-Assad moet binnen zes maanden vertrekken als er een politieke overgangsperiode op gang komt. Die eis komt van het Hoge Onderhandelingscomité (HNC), de belangrijkste Syrische oppositiegroep.

Vertegenwoordigers van het HNC zijn in Genève voor overleg met de gezant van de Verenigde Naties voor Syrië, Staffan de Mistura.

Naast de eis om Assads vertrek stelt het HNC dat geen van de overheidsfunctionarissen die de afgelopen jaren betrokken waren bij de burgeroorlog op hun plek kunnen blijven zitten.

''Zodra er een overgangsperiode in Syrië op gang komt, denk ik niet dat het Syrische volk wil dat Assad daar deel van uitmaakt'', zei HNC-woordvoerder Salem al-Muslet in een interview met persbureau Bloomberg.

''Sommigen uit de regering kunnen er deel van uitmaken, diegenen die niet bij het doden betrokken waren. Mensen die betrokken zijn geweest bij het doden van Syriërs, ik denk niet dat Syriërs hen zullen accepteren.''

Oorlogsmisdaden

Mensenrechtenchef van de Verenigde Naties, Zeid Ra'ad Al (foto), zegt maandag dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet onder een eventuele amnestieregeling vallen. Het uithongeren van burgers in Syrië is een voorbeeld van een mogelijke oorlogsmisdaad.

Al Hussein haalde onder meer de situatie in de stad Madaya aan, die al sinds vorig jaar omsingeld wordt door het Syrische leger.

De afgelopen tijd kwamen schrijnende beelden en verhalen naar buiten uit Madaya. Een aantal mensen zou er al de hongerdood zijn gestorven. Vijftien andere steden en dorpen in Syrië zijn net als Madaya van de buitenwereld afgesloten.

Vredesgesprekken

Vrijdag gingen in Genève de vredesbesprekingen van start die een einde moeten maken aan het conflict in Syrië. De oorlog in het land is al bijna vijf jaar bezig.

In eerste instantie zei de belangrijkste oppositiegroep niet te willen aansluiten bij het overleg. Later kwamen ze terug op dit besluit, maar willen ze in eerste instantie alleen nog apart spreken met De Mistura. 

De Syrische burgeroorlog brak uit in 2011 en heeft minstens 260.000 mensen het leven gekost. In 2011 had Syrië naar schatting 23 miljoen inwoners. De helft is inmiddels omgekomen, ontheemd, gevlucht of verdwenen.

Luchtaanvallen

De Russische luchtmacht heeft de afgelopen week 468 vluchten boven Syrië uitgevoerd. Daarbij werden meer dan 1300 'terroristische' doelwitten getroffen, zei het Russische ministerie van Defensie maandag.

De Russische krijgsmacht wierp niet alleen bommen af op Syrië. Het ministerie zei ook meer dan tweehonderd ton hulpgoederen te hebben gedropt in de belegerde stad Deir al-Zor.