De Surinaamse president Desi Bouterse moet alsnog worden vervolgd voor zijn rol in de Decembermoorden in 1982. Dat heeft het Hof van Justitie bepaald na een klacht die nabestaanden hadden ingediend tegen het Openbaar Ministerie (OM).

Het Hof is op het verzoek ingegaan omdat de nabestaanden ook belanghebbende zijn bij dit proces. Zij hebben daarom recht op een uitspraak.

Het zogeheten 8 Decemberstrafproces werd in 2012 opgeschort. Dit gebeurde nadat de omstreden Amnestiewet met een ruime meerderheid werd aangenomen in de Nationale Assemblee, het parlement van Suriname.

Daarmee werd amnestie verleend voor allerlei strafbare feiten, waaronder de Decembermoorden. Veel landen, waaronder Nederland, hadden daar felle kritiek op.

In de zaak staan 25 verdachten, inclusief de huidige president Bouterse, terecht voor hun vermeende betrokkenheid bij de moord op vijftien vooraanstaande Surinamers in december 1982.

Legerleider

Nabestaanden van slachtoffers dienden in augustus van dit jaar een klacht in. De klagers eisten dat het Hof van Justitie een bevel tot verdere vervolging zou afgeven.

De huidige president was ten tijde van de decembermoorden legerleider en de hoogste man van Suriname dat toen door militairen werd geleid. Bouterse heeft altijd ontkend dat hij politieke tegenstanders heeft vermoord. Dit weekeinde herhaalde hij die woorden.

Nabestaanden

Voor Hugo Essed, jurist en woordvoerder van een groep nabestaanden, is de uitspraak een opsteker. ''Mijn vertrouwen in de rechtsstaat is zeker verdubbeld.’’