Twee van genocide verdachte mannen uit Nederland mogen niet aan Rwanda worden uitgeleverd.

De rechtbank in Den Haag heeft dit vrijdag besloten omdat in Rwanda geen eerlijk proces is gegarandeerd.

In het vonnis staat dat rechtsbijstand in genocidezaken in Rwanda in de praktijk onvoldoende is verzekerd. Zolang de Nederlandse autoriteiten het tegendeel niet aantonen, mogen de twee niet aan Rwanda worden overgedragen.

De twee, Jean Claude Iyamuremye en Jean-Baptiste Mugimba, spanden bij de rechtbank een kort geding aan om hun uitlevering te voorkomen. Als reden gaven ze aan dat ze een oneerlijk proces in Rwanda vreesden.

Iyamuremye zou betrokken zijn bij een bloedbad bij de Ecole Technique Officielle in april 1994. Zijn advocaat Bart Stapert zegt dat de beschuldiging uitsluitend rust op anonieme getuigenissen. Zelf zegt Iyamuremye, die sinds 2003 in Nederland is, onschuldig te zijn.

Aangifte

Iyamuremye deed in Nederland aangifte tegen de huidige Rwandese president Paul Kagame. Dit omdat de president volgens Iyamuremye betrokken is bij mensenrechtenschendingen.

"Rechters zijn in Rwanda niet onafhankelijk, getuigen worden onder druk gezet en advocaten zijn niet opgewassen tegen de politieke druk'', benadrukte Stapert eerder. "Uitlevering staat dan gelijk aan een levenslange gevangenisstraf.''

Hij stelt dat politieke tegenstanders van de Rwandese regering regelmatig verdwijnen of  "op dubieuze gronden'' langdurig worden opgesloten. "Dat laatste is ook gebeurd met Victoire Ingabire, die ook lange tijd in Nederland verbleef.''

Volkerenmoord

De andere verdachte, Mugimba, werd vorig jaar in Nederland gearresteerd. De Rwandese autoriteiten verdenken ook hem van betrokkenheid bij de Rwandese volkerenmoord in 1994, waarbij honderdduizenden etnische Tutsi's en gematigde Hutu's werden gedood.

Rwanda heeft de afgelopen jaren het land en het rechtssysteem weer proberen op te bouwen. Maar volgens Stapert kunnen zijn cliënten daar niet van op aan.

De rechter denkt dat ook. Die baseert zich op een rapport van een deskundige die gebaseerd is op "waarnemingen in de praktijk''.