Het Pentagon erkent dat er ernstige fouten zijn gemaakt bij de luchtaanval op 3 oktober waarbij een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Afghanistan werd gebombardeerd. De aanval was eigenlijk gericht op een basis van de Taliban.

Dat meldt de New York Times dinsdag.

In het ziekenhuis in Kunduz kwamen dertig mensen om. De slachtoffers van het bombardement zijn voornamelijk dokters en patiënten.

De krant baseert zich op informatie van militaire functionarissen, die ingelicht zouden zijn over de bevindingen van het drieduizend pagina's lange onderzoek. De verwachting is dat het Amerikaanse leger woensdag een persconferentie houdt om verder in te gaan op de uitkomsten.

Uit het onderzoek zou blijken dat bij de luchtaanval menselijke fouten zijn gemaakt en dat procedures niet werden nageleefd. Ook had het vliegtuig dat bij het bombardement werd gebruikt technische mankementen.

Taliban

De luchtaanval was volgens de bronnen gericht op een gebouw dat nabij het ziekenhuis stond. De Taliban zouden daar een basis hebben van waaruit operaties in Kunduz worden geleid.

Het instrument waarmee de basis gevonden had moeten worden, bleek volgens het rapport defect te zijn. Daarom moest de bemanning van het vliegtuig dat de luchtaanval zou uitvoeren het doel vinden op basis van locatiebeschrijvingen van Amerikaanse en Afghaanse grondtroepen.

Ingelicht

De bronnen van de New York Times gingen niet in op de vraag waarom de bemanning van het vliegtuig niet tijdig werd ingelicht dat het zich op het verkeerde gebouw richtte. Het bombardement zou meer dan een uur in beslag hebben genomen, terwijl de hulporganisatie tijdens de aanval meerdere malen contact opnam met de Amerikaanse luchtmacht om te melden dat het ziekenhuis onder vuur werd genomen.

President Barack Obama heeft eerder zijn excuses aangeboden aan Artsen zonder Grenzen. De Verenigde Naties hadden het bombardement scherp veroordeeld. "Er valt geen excuus voor te geven en het is misschien zelfs strafbaar", aldus het hoofd van de mensenrechtenorganisatie van de VN, prins Zeid Ra'ad al-Hussein.