De wereld moet samenwerken om terreur te bestrijden. Dat zei de Russische president Vladimir Poetin zaterdag in een reactie op de gijzelingsactie in een hotel in Mali, waarbij 21 mensen omkwamen. Onder hen waren ook zes Russen.

Volgens Poetin is "de meest grootschalige internationale samenwerking" nodig om terrorisme aan te pakken.

Poetin heeft per telegram een rouwbetuiging gestuurd aan de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta. Die heeft na de gijzelingsactie in de hoofdstad Bamako voor tien dagen de noodtoestand uitgeroepen.

Onder de doden bevinden zich ook de twee daders van de aanslag. Een aan al-Qaeda gelinkte groep zegt erachter te hebben gezeten.

Rusland was zelf doelwit van terreur toen op 31 oktober een Russisch passagiersvliegtuig vanuit Sharm-el-Sheikh in Egypte boven de Sinaï werd opgeblazen. De aanslag werd opgeëist door Islamitische Staat (IS).

Bezoek

Poetin heeft maandag een ontmoeting met de Iraanse ayatollah Ali Khamenei. Het is het eerste bezoek van de Russische president sinds 2007. De gesprekken zullen onder meer gaan over de gezamenlijke aanpak tegen IS in Syrië.

Op dinsdag ontvangt Poetin vervolgens de Jordaanse koning Abdullah in Moskou. Twee dagen later zal de Franse president François Hollande een bezoek brengen aan het Kremlin om voornamelijk te praten over de aanpak tegen terreur en over Syrië.

Gijzeling hotel

De regering van Mali maakte eerder op zaterdag bekend te speuren naar mogelijke handlangers van de twee daders van de aanslag in Bamako. Volgens een regeringswoordvoerder is het aannemelijk dat de twee niet alleen hebben gehandeld.

In het hotel werden vrijdag ongeveer 170 mensen gegijzeld. Tientallen gijzelaars werden vrijgelaten toen zij bewezen hadden dat zij verzen uit de Koran konden citeren. Speciale eenheden van het Malinese leger waren vrijdag meer dan zeven uur bezig met de bestorming van het hotel.