Koning Willem-Alexander en koningin Máxima hebben zondag tijdens de Britse dodenherdenking, de zogeheten Remembrance Day de slachtoffers herdacht die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog en de oorlogen daarna.

De aanwezigheid van het Nederlandse koningspaar op Remembrance Sunday is bedoeld als dankbetuiging en eerbetoon aan de Britse en Gemenebest-militairen die zeventig jaar geleden een aandeel hadden in de bevrijding van Nederland, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog

Om 11.00 uur lokale tijd was het in het hele land een minuut stil.

Tijdens de ceremonie legden de Britse koningin Elizabeth, premier Cameron en koning Willem-Alexander een krans. Op de tweede zondag in november wordt traditioneel het einde herdacht van de Eerste Wereldoorlog, die op 11 november 1918 ten einde kwam.

Klaprozen

De eerste krans van klaprozen werd gelegd aan de voet van het na de Eerste Wereldoorlog opgerichte monument in Londen, de zogeheten Cenotaph. Klaprozen zijn het nationale symbool van de oorlogsherdenking. In deze dagen dragen veel Britten ook een papieren klaproos op hun kleding.

Ook andere leden van de Britse koninklijke familie zijn bij de plechtigheid aanwezig en leggen een krans. Voor koningin Máxima is er plek op het balkon van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ze onder anderen wordt vergezeld door prinses Catherine, hertogin van Cambridge, de vrouw van de Britse prins William.

Eerbetoon

De koning en de koningin stonden dit jaar al op verschillende plaatsen stil bij de bevrijding van Nederland door de geallieerden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. 

Eerder dit jaar heeft koning Willem-Alexander al kransen gelegd bij de nationale oorlogsmonumenten van Canada in Ottawa en de Verenigde Staten in Washington, eveneens om de bevrijders van Nederland te eren.

Vorig jaar deed het koningspaar dat ook in Normandië, bij de herdenking van de zeventigste verjaardag van de invasie op D-Day, en in Polen tijdens het staatsbezoek aan dat land.