Irak heeft zondag voor het eerst in twaalf jaar weer burgers toegelaten in de zogenoemde groene zone in het centrum van de hoofdstad Bagdad. De groene zone is het zwaarbewaakte gebied van zo'n tien vierkante kilometer waarin onder meer belangrijke ministeries en de Amerikaanse ambassade liggen.

Het gebied aan de oevers van de rivier de Tigris was grotendeels verboden gebied voor Irakezen vanwege veiligheidsoverwegingen.

Nadat Saddam Hussein was verdreven, vestigden de Amerikanen er hun hoofdkwartier tijdens de Amerikaanse invasie in 2003. Controleposten en andere barrières zoals prikkeldraadhekken blokkeerden sindsdien bruggen en snelwegen die naar de groene zone leiden.

De Amerikanen droegen in januari 2009 de verantwoordelijkheid voor het gebied over aan Irakezen, maar die hielden de beperkingen voor burgers in stand. De groene zone werd daardoor een symbool van afstand tussen de regering en het volk.

De zone is nu weer opengegaan nadat burgers meer transparantie, openheid en hervormingen van de Iraakse overheid hadden geëist.