De Talibanstrijders hadden in de Afghaanse stad Kunduz een terreurbewind ingericht, stelde de mensenrechtenorganisatie Amnesty International vrijdag. 

Ze maakten zich er schuldig aan moorden, verkrachtingen en ontvoeringen. Donderdag heroverde het regeringsleger de stad in het noorden van het land.

''Onze belangrijkste eis is nu dat er een veiligheidscorridor wordt gemaakt, waardoor de mensen de stad kunnen verlaten'', zei een woordvoerder. Via de corridor zouden hulporganisaties de slachtoffers kunnen bereiken.

Volgens getuigen gebruikten de strijders kinderen om ze naar de huizen van ambtenaren en medewerkers van hulporganisaties te leiden. Medewerkers van de politie zijn verkracht en vermoord, onder hen ook jonge hulpkrachten.

De terreurbeweging heeft mannelijke gevangenen vrijgelaten en bewapend voor de strijd tegen het Afghaanse leger. Vrouwelijke gevangenen werden geslagen, verkracht en ontvoerd, stelt Amnesty.