Pakistan kan jaarlijks twintig kernkoppen bouwen en kan binnen tien jaar de derde kernmacht ter wereld worden. 

Dat constateerden twee Amerikaanse denktanks, het Carnegie Endowment for International Peace en het Stimson Center.

Pakistan breidt in rap tempo zijn kernarsenaal uit uit angst voor aartsrivaal India, meldt The Washington Post uit het rapport, dat donderdag verschijnt. Pakistan heeft inmiddels naar schatting 120 kernkoppen, terwijl India er honderd heeft.

De Pakistaanse voorraad kan de komende jaren in hoog tempo groeien, omdat het land een grote voorraad hoogverrijkt uranium heeft. Daarmee kan het snel kleine kernwapens maken.

Voorraden

India heeft grote voorraden plutonium, dat nodig is voor de productie van krachtige kernwapens. Het land lijkt die voorraden echter vooral te gebruiken voor de productie van energie.

Pakistan kan binnen tien jaar zeker 350 kernwapens hebben, meer dan de meeste landen ter wereld. Alleen de Verenigde Staten en Rusland hebben meer kernwapens, elk duizenden.

Overigens heeft Pakistan zijn kernwapenarsenaal te danken aan Nederlandse kennis. Abdul Qadeer Khan was een Pakistaanse atoomgeleerde die in de jaren zeventig in Almelo de kennis stal hoe uranium in een ultracentrifuge kan worden verrijkt tot splijtstof. Hij wordt gezien als de vader van de Pakistaanse kernmacht.