De van terrorisme verdachte broers Walid B. (24) en Alaa-Eddine B. (26) ontkennen dat ze met terrorisme te maken hebben. Voor de rechtbank in Amsterdam gaven hun advocaten dat woensdag aan.

De broers, vermoedelijke Syriëgangers, moesten er voor het eerst verschijnen. Hun proces wordt nog niet inhoudelijk behandeld.

Walid heeft inmiddels verklaard dat ze naar Syrië wilden om humanitaire hulp te verlenen. Ook heeft hij bij de onderzoeksrechter gezegd dat hij juist verafschuwt wat Islamitische Staat (IS) doet.

Sinds het geweld in Syrië kreeg hij sympathie voor de burgers daar, stelt Walid. Hij voelde het als plicht iets te doen voor de bevolking. Hij kon niet leven met het gegeven dat zijn medemoslims zo lijden.

Opwelling

In een ''opwelling'' besprak hij dit met zijn broer en ze bekeken wat ze zouden kunnen doen. Ze kwamen uit op eventueel koken voor de lokale bevolking of het uitdelen van voedselpakketten. Toen hebben ze hun reis gepland. Het was volgens Walid echter niet duidelijk of ze uiteindelijk ook naar Syrië zouden gaan. Ze hadden in Turkije waar ze werden opgepakt, nog niet de benodigde contacten in Syrië kunnen leggen.

Justitie vindt deze verklaring ''ongeloofwaardig'' en denkt dat ze naar Syrië wilden om mee te doen aan de jihad. Daarom worden ze onder meer beschuldigd van het voorbereiden van moord of doodslag.

Het OM vermoedt dat de broers zich wilden aansluiten bij IS. Uit onderschepte chats en andere informatie blijkt volgens justitie dat ze contact hebben gehad met een prominent lid van IS. Ook hebben ze jihadistische tijdschriften en boeken gedownload, met onder meer informatie over het verhullen van identiteit en over gevechtstraining.