Turkije gaat 1 november opnieuw naar de stembus, heeft de Hoge Kiesraad dinsdag in Ankara bepaald.

De parlementsverkiezingen van 7 juni hebben vier partijen in de volksvertegenwoordiging van 550 zetels gebracht en zorgden ervoor dat de regerende partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AK) de meerderheid verloor. De AK-partij die sinds 2002 alleen regeert, bleef wel de grootste maar kon geen coalitiepartners vinden.

Premier Ahmet Davutoglu (AK) heeft vergeefs geprobeerd figuren van de Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Partij van de Nationalistische Beweging (MHP) te strikken voor een soort overgangsregering van nationale eenheid.

Davutoglu kreeg dinsdag opnieuw de opdracht van President Recep Tayyip Erdogan om te beginnen met de vorming van een tijdelijke regering. Die moet het land besturen tot de nieuwe verkiezingen.

Het is zeer de vraag of het wel lukt een interim-regering te vormen.

HDP

Alleen de pro-Koerdische HDP wil deelnemen aan zo'n regering, maar die partij is door Erdogan en zijn premier weggezet als steunpilaar van Koerdisch terrorisme.

HDP-leider Selahattin Demirtas riep dinsdag op tot een einde aan het geweld tussen Turkije en de Koerdische PKK. ''Heel Turkije wil vrede'', zei hij. ''Alleen de president houdt zich doof voor de oproepen.''

De twee andere oppositiepartijen CHP en MHP hebben al laten weten niets te zien in samenwerking met Erdogans AK-partij.