Er moet een onderzoek komen om te achterhalen wie gifgasaanvallen hebben uitgevoerd in Syrië. De vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad hebben vrijdag unaniem ingestemd met een resolutie die daartoe oproept.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag moeten initiatief nemen tot het onderzoek, zo wil de Veiligheidsraad.

De onderzoeksgroep wordt voorlopig opgericht voor een jaar, met mogelijke verlenging, en krijgt vooral de taak "individuen, groepen of overheden" te identificeren die betrokken zijn bij het gebruik van chemische wapens. Het gaat vooral om chloorgas.

De resolutie vraagt bovendien "volledige medewerking" van de betrokken partijen, waaronder Syrische rebellen en het leger van president Assad. "Ze moeten volledige toegang geven tot alle locaties, materialen en personen," aldus de VN.

Sarin

Het Syrische regime beloofde in 2013 zijn voorraad chemische wapens te vernietigen. Dat gebeurde na een aanval met het gifgas sarin op een voorstad van Damascus, waardoor honderden mensen waren omgekomen.

Begin dit jaar concludeerde de OPCW dat er in 2014 zeer waarschijnlijk chloorgas is gebruikt in drie dorpen in Noord-Syrië, maar er werd geen verdachte genoemd.

Westerse landen zeggen dat het Syrische regime verantwoordelijk is voor de chemische aanvallen. Maar Damascus en Rusland geven opstandelingen de schuld.

Rusland, dat een vetorecht heeft in de Veiligheidsraad, stemde niettemin in met de resolutie.