Drie mensen die hebben meegewerkt aan campagnes voor de presidentsverkiezingen van 2012 in de Verenigde Staten zijn verdacht van omkoping. Ze hebben waarschijnlijk een senator uit Iowa betaald in ruil voor een stem voor hun kandidaat.

Dat liet het ministerie van Justitie woensdag weten na onderzoek van de recherchedienst FBI.

Het gaat om Jesse Benton, John Tate en Dimitrios Kesari. Benton raakte eerder al in opspraak, omdat uit gesprekken met een collega zou blijken dat hij bezig was met de omkoping. Hij werkte toen voor presidentskandidaat Ron Paul. Kent Sorenson uit Iowa, de omgekochte senator, stapte in 2013 op vanwege het schandaal.

Sorenson zou in totaal meer dan 70.000 dollar (64.200 euro) aan smeergeld hebben aangenomen. Achtduizend dollar per keer. In de administratie stond dat het geld was gebruikt voor 'audiovisuele producten' voor de campagne. In werkelijkheid zou het geld via een filmbedrijf zijn overgemaakt aan een bedrijf dat in handen was van Sorenson.

Ron Paul

Alle drie de aangeklaagden waren van het campagneteam van Ron Paul. Ze worden verdacht van het vervalsen van campagnedocumenten en liegen tegen de kiescommissie om de omkoping te verhullen. Benton wordt daarnaast nog verdacht van het geven van valse verklaringen bij de FBI.

Volgens de Amerikaanse openbaar aanklager zijn er regels die moeten zorgen voor integriteit en transparantie bij verkiezingen. Als er deals onder de tafel worden gesloten om politieke steun te krijgen, dan ,,ondermijnt dat publiek vertrouwen en het volledige politieke systeem''.