'Russische geheim agenten zaten achter moord op spion Litvinenko'

Wetenschappelijk bewijs "laat zonder aarzeling zien" dat twee Russische geheim agenten in 2006 hun voormalige collega Aleksander Litvinenko hebben vermoord.

Dat heeft de advocaat van de Londense politie donderdag gezegd. 

De beide verdachten lieten een spoor van radioactiviteit achter en hadden daar "geen geloofwaardige antwoorden" voor. 

Advocaat Richard Horwell sprak tegen een speciale commissie die de dood van de dissident onderzoekt. Litvinenko werd vergiftigd met polonium-210.

Hij kreeg een dosis van het gif op 16 oktober 2006 en nog een op 1 november 2006. Een paar weken later stierf hij. Litvineko was in 2000 uitgeweken na Groot-Brittannië, nadat hij de handelwijze van de geheime dienst had onthuld.

'Radioactieve besmetting'

Horwell noemt de vergiftiging "een nucleaire aanval op de straten van Londen" en zegt dat er "gevaar was voor de levens van honderden, mogelijk duizenden mensen door radioactieve besmetting".

Horwell voegt er aan toe dat "de enige geloofwaardige verklaring is dat de Russische staat op de één of andere manier betrokken was bij de moord op Litvinenko".

Verdachten

De twee verdachten van de moord zijn Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen. De politie van Londen wil dat ze "in dit land worden berecht voor moord", herhaalde Horwell donderdag.

Rusland weigert ze echter uit te leveren. Loegovoj is parlementslid en kreeg begin dit jaar een hoge onderscheiding van het Kremlin voor "diensten voor het vaderland".

De onderzoekscommissie komt vrijdag voor het laatst bijeen. Het eindverslag wordt waarschijnlijk later dit jaar gepresenteerd.

Tip de redactie