Servië noemt aanval op premier bij herdenking Srebrenica 'moordaanslag'

De aanval van een woedende menigte bij de herdenking van de val van Srebrenica op de Servische premier Aleksandar Vucic kan worden gezien als "een moordaanslag". 

Dat zei de Servische minister Nebojsa Stefanovic van Binnenlandse Zaken zaterdag.

Vucic moest hals-over-kop de herdenking op de begraafplaats bij Potocari verlaten, omdat hij werd bekogeld met stenen, flessen en schoenen.

Het was voor het eerst dat een Servische minister aanwezig was op de herdenking van de val van de moslimenclave, zaterdag precies twintig jaar geleden.

''Dit is een schandalige aanval en het kan worden gezien als een moordaanslag.'' Stefanovic hekelt dat de Bosnische autoriteiten volgens hem niet konden instaan voor de veiligheid van de premier.

Video: Servische premier belaagd bij herdenking Srebrenica

Statement

Vucic zelf vindt dat hij een duidelijk statement maakte door de herdenking bij te wonen. Hij wilde daarmee aangeven dat zijn land erkent grote fouten te hebben gemaakt in 1995. Aan zijn bezoek kwam zaterdag echter al snel een einde, toen een woedende menigte hem met stenen bekogelde. "Maar ik blijf mijn hand uitreiken naar de Bosniërs", liet de premier vanuit Belgrado weten.

Vucic nam na de bekogeling snel de benen en vluchtte met zijn gevolg terug naar Belgrado. Hij werd door een steen in zijn gezicht geraakt, waarbij zijn bril kapot ging. "Het was een goed voorbereide en georganiseerde aanval", liet hij weten. De regeringsleider riep zijn landgenoten op geen vergeldingsactie te doen. "Haat en woede is er genoeg geweest."

Juncker

Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker dankte Vucic voor zijn aanwezigheid. ''Zijn besluit om mee te doen aan de herdenking is een voorbeeld van hoe landen uit die regio zich moeten opstellen als ze toe willen treden tot de Europese Unie'', aldus Juncker. ''Daar ligt hun toekomst.''

Volgens Juncker neemt Servië met de aanwezigheid van de premier deels verantwoordelijkheid op zich voor de gruweldaden die twintig jaar geleden plaatsvonden. ''Ik juich het toe dat de leiders van Zuidoost-Europa bereid zijn om deze verschrikkelijke historische feiten onder ogen te zien.''

Genocide

Servië heeft het geweld van twintig jaar geleden veroordeeld, maar weigert te spreken van genocide.

Woensdag werd in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gestemd over een voorstel om de wandaden in Srebrenica officieel te betitelen als genocide. Rusland stemde echter tegen die resolutie. De Russen vonden het woord 'genocide' niet evenwichtig en spreken liever van ''zeer ernstige misdaden die het geweten van de mensheid schokken.''

Die kwalificering ligt in lijn met de bewoording die Servië zelf gebruikt voor de val, namelijk ''een ernstige misdaad''.

Lees meer over:
Tip de redactie