De Britse premier David Cameron vindt het nog steeds geen goed idee om samen met de Syrische president Bashar al-Assad op te trekken tegen de soennitische extremisten van Islamitische Staat (IS).

Cameron noemde dat maandag ''een totaal verkeerde benadering''.

De gewapende oppositie tegen Assad wordt gedomineerd door jihadisten. De bloedige dictatuur van de familie Assad stoelt op een minderheid die niet soennitisch is en die het al heel lang aan de stok heeft met soennitische islamisten.

De jihadisten in Syrië en Irak beramen volgens Cameron gruwelijke terroristische aanslagen in Groot-Brittannië en elders. Het bestaan van het Westen wordt door die extremisten bedreigd, zei Cameron. Maar Assad is geen bondgenoot, vindt de premier.

Tunesië

Cameron sprak drie dagen na een terroristische aanslag op toeristen in Tunesië waarbij 38 mensen werden gedood onder wie dertig Britten. Het was het grootste aantal Britse slachtoffers van een terreuraanslag sinds de aanslagen op het openbaar vervoer in Londen op 7 juli 2005. Daarbij verloren 52 mensen het leven, de vier daders niet meegerekend. Meer dan zevenhonderd mensen raakten gewond.

In een ingezonden stuk in de Daily Telegraph reageerde Cameron ook op die aanslag. Hij schrijft dat Groot-Brittannië een "respons over het volle spectrum" zal bieden aan extremisme en omschrijft het land als "verenigd in schok en rouw".