Groot-Brittannië werkt aan een resolutie over het bloedbad in Srebrenica die zij aan de VN-Veiligheidsraad wil voorleggen. 

Dat kan de druk op Servië verhogen om het bloedbad als genocide te erkennen. Dat heeft de Britse ambassadeur in Bosnië dinsdag gezegd.

Op 11 juli is het twintig jaar geleden dat de Bosnische Serviërs de door Nederlandse militairen beschermde moslimenclave Srebrenica in het oosten van Bosnië-Herzegovina innamen. In de dagen erna vermoordden zij 8000 moslimmannen en -jongens.

Met de resolutie willen de Britten niet alleen eer bewijzen aan de slachtoffers, maar ook het de verzoening tussen de bevolkingsgroepen in Bosnië-Herzegovina stimuleren.

Genocide

Het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag heeft uitgesproken dat de moordpartij - de bloedigste sinds de val van het naziregime op Europees grondgebied - een genocide was. De Bosnische Serviërs bestrijden die uitspaak. Servië vermijdt het woord angstvallig. 

Toen het land in 2010 naar nauwere betrekkingen met het Westen streefde, veroordeelde het de moordpartij zonder die een genocide te noemen. Volgens Ferguson wordt over de exacte inhoud van de resolutie nog overlegd.

Een resolutie van de Veiligheidsraad is bindend. Groot-Brittannië behoort met de Verenigde Staten, Rusland, China en Frankrijk tot de landen die een vetorecht hebben.