Twee Amerikaanse soldaten die heldendaden hebben verricht tijdens de Eerste Wereldoorlog, krijgen eindelijk als beloning de prestigieuze Medal of Honor. 

Het gaat om een donkere en een joodse soldaat, die toentertijd vanwege huidskleur en geloof niet in aanmerking kwamen voor de onderscheiding.

Beide soldaten zijn inmiddels overleden, maar president Barack Obama heeft besloten ze postuum alsnog de hoogste Amerikaanse legeronderscheiding toe te kennen. De uitreiking vindt dinsdag plaats in het Witte Huis.

Het besluit volgt na jarenlange pogingen van de advocaten om de zaak namens de twee mannen en hun familie onder de aandacht van het Congres te krijgen. Officiële regels schrijven voor dat de Medal of Honor binnen vijf jaar na de heroïsche daad moet worden uitgereikt.

De twee jonge militairen wisten in de loopgraven in Frankrijk diverse andere soldaten het leven te redden.

Slagveld

Sergeant William Shemin trotseerde meerdere malen het vijandelijke vuur om gewonde vrienden in veiligheid te brengen. Soldaat Henry Johnson sleepte een gewonde kameraad van het donkere peloton waar hij deel van uitmaakte, van het slagveld af terwijl hij met zijn andere hand een aanval van een Duitser wist af te weren.

De uitreiking wordt bijgewoond door Shemins dochter. Zij is inmiddels de tachtig inmiddels gepasseerd; haar vader overleed in 1973. Johnson stierf in 1929 aan de drank in een veteranenhuis.

Zijn zaak is jarenlang bepleit door een New Yorkse senator. Zijn medaille wordt in ontvangst genomen door een vertegenwoordiger van de Nationale Garde waar hij zich aanmeldde voordat hij naar Europa werd gezonden.