Eigenaar ingestorte kledingfabriek Bangladesh aangeklaagd voor moord

De eigenaar van Rana Plaza, een complex van kledingfabrieken in Bangladesh dat in 2013 instortte, is maandag door de overheid aangeklaagd voor moord.

Dat meldt AFP.

De instorting op 24 april 2013 kostte 1.138 werknemers in de kledingindustrie het leven en leidde tot felle kritiek op de arbeidsomstandigheden in de Bengaalse textielbedrijven. Ongeveer 2.500 mensen raakten gewond.

De eigenaar wordt onder andere beschuldigd van het gebruik van slechte materialen bij de bouw van het complex in de hoofdstad Dhaka.

Grote scheuren

In totaal zijn er 41 mensen aangeklaagd voor moord voor hun rol bij het instortten van de kledingfabriek, waaronder ook de ouders van de eigenaar. Dat schrijft AP. 

Daarnaast zijn zeven directeuren van fabrieken die onderdeel uitmaakte van het complex aangeklaagd en twaalf ambtenaren die verantwoordelijk waren voor de veiligheidsinspectie van het gebouw.

Uit onderzoek zou zijn gebleken dat de eigenaar op de dag dat dat het gebouw instortte, de medewerkers gedwongen zou hebben aan het werk te gaan. Zij weigerden dit omdat de dag ervoor er grote scheuren in het beton waren ontstaan.

Als de verdachten schuldig worden bevonden, lopen ze kans de doodstraf te krijgen.

Video: Moordaanklacht tegen eigenaar Rana Plaza

Omstandigheden

Veel van de internationale aandacht voor de ramp richtte zich op de erbarmelijke en onveilige omstandigheden waaronder de arbeiders in de textielsector hun werk moeten verrichten. De naar schatting 4 miljoen werknemers in de textielbranche werken voor lage lonen in nauwelijks beveiligde panden.

De verdiensten voor de lange werkdagen bedragen soms niet meer dan omgerekend 35 euro per maand. Paus Fransiscus beschreef het werk onomwonden als slavenarbeid.

Na de ramp met het Rana Plaza zwermden inspectieteams uit over het land en moesten 220 textielbedrijven hun deuren sluiten. Daarmee gingen 150.000 banen verloren.

Lees meer over:
Tip de redactie