'Ruim zeventig doden door aanval met vatbommen in Syrië'

Zeker 72 mensen zijn omgekomen door aanvallen van Syrische regeringstroepen met zogenoemde 'barrel bombs' (vatbommen), vaten met explosieven en scherven die uit helikopters worden gegooid. 

Daarover bericht het Syrische Observatorium voor Mensenrechten zaterdag volgens de BBC.

Zeker zestig mensen zijn omgekomen in een aanval op al-Bab, een Noord-Syrische plaats die in handen is van terreurbeweging Islamitische Staat (IS).

De bommen troffen het marktplein van de stad. De meeste slachtoffers zijn volgens de BBC mannen, omdat vrouwen zelden in het openbaar verschijnen op plekken die door IS worden gedomineerd.

Nog eens twaalf mensen kwamen om in het nabijgelegen Aleppo. Het Observatorium, dat vanuit Londen opereert, noemt het een van de ergste massamoorden door het Syrische regime dit jaar.

Vatbommen

Door de vatbommen zijn volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International sinds januari 2014 ruim drieduizend burgers en 35 rebellen om het leven gekomen.

De bommen zijn vaak niet doelgericht en zorgen voor veel schade en doden in een wijde omgeving. Volgens activisten werpt het Syrische leger dagelijks vatbommen in verschillende delen van het land.

De Syrische regering heeft herhaaldelijk het gebruik van vatbommen ontkend.

Palmyra

Strijders van IS hebben in de stad Tadmur, de huidige naam voor de oude Romeinse stad Palmyra, een gevangenis opgeblazen. De gevangenis stond symbool voor het autoritaire bewind van president Assad. Er zaten met name politiek gevangenen.

IS-strijders vernietigden eerder gevangenissen in Irak, waarbij honderden gevangenen werden vrijgelaten.

Lees meer over:
Tip de redactie